Peer review

Net voor de vakantie schreef ik voor The Crowd een korte blogpost over succesfactoren voor peer review:

Vorige week was ik in de gelegenheid om op de HAN een workshop bij te wonen over peer review van Mariel van Pelt en Esther van Popta, beide verbonden aan de HAN. Van Popta promoveert op dat onderwerp en heeft een model ontworpen dat Van Pelt gebruikt op haar opleiding. Op basis van die workshop kwam ik tot zeven succesfactoren voor het succesvol gebruiken van peer feedback.   Voor ik die zeven succesfactoren noem, is het wellicht goed om iets te weten van het model dat Van Popta ontwikkelde. De kern van dat model zijn vier condities voor goede feedback; goede feedback bevat:

  • een evaluatief oordeel;
  • een verbetersuggestie;
  • een verklaring (voor zijn oordeel en/of suggestie);
  • een onderbouwing aan de hand van theorie.

Overigens voegt Van Pelt daar voor haar opleiding een categorie aan toe, namelijk ‘feitelijk weergeven’, waarin leerlingen specifiek verwijzen naar een (plaats in een) leerproduct.

  1. Feedbackmomenten inplannen

Het geven van goede feedback vraagt tijd. Wat je niet wilt, is dat leerlingen zich daar snel van afmaken. Het helpt daarom om momenten in te plannen waarop leerlingen de tijd krijgen om feedback te geven. “Wij roosteren feedbackmomenten in,” vertelde Van Pelt.

  1. Model goed kennen

Voor de feedbackgever, de leerlingen in dit geval, is het belangrijk om het model, de vier (of vijf) condities goed in de vingers te hebben. Dat vergroot de waarde van de feedback, maar daar is tijd en oefening voor nodig.

  1. Feedback vastleggen

Je kunt werken met gesproken feedback, maar die is vluchtig. Het is daarom belangrijk om de feedback die leerlingen elkaar geven vast te leggen. Dat kan schriftelijk, maar het is nog beter om dat te doen in een digitaal systeem. Dat heeft bijvoorbeeld als voordeel dat je heel snel kunt filteren, bijvoorbeeld op alle feedback die een specifieke leerling heeft gegeven.

  1. Feedback valideren

Iedere docent die wel eens heeft gewerkt met peer feedback of peer review weet dat dit in eerste instantie enorm veel extra werk kost. En voor velen komt er het moment dat ze verzuchten: ik kan beter de feedback beoordelen dan ook nog de eindproducten. Van Popta en Van Pelt beaamden dat dit effectiever, maar ook waardevoller is, zij spreken van het ‘valideren’ van de feedback.

  1. Criteria geven voor feedback

Als je leerlingen helemaal vrij laat in het geven van feedback dan loop je het risico dat de meesten niet veel verder komen dan “mooi geschreven!” Het is daarom belangrijk om hen criteria voor goede feedback mee te geven, bijvoorbeeld de eerder genoemde condities. Daarnaast is het belangrijk om daar meet te oefenen.

  1. Liever een statement dan een vraag

Docenten zijn geneigd om in hun feedback aan leerlingen vragen te stellen. Dat is begrijpelijk vanuit de wens om de leerlingen tot denken aan te zetten. Peer review dient een ander doel, voor peer review is het beter om statements op te nemen in de feedback en geen vragen.

  1. Allemaal dezelfde opdracht

Het is belangrijk dat leerlingen allemaal dezelfde opdracht maken. Op die manier kunnen leerlingen veel gerichter feedback geven. Maar dat niet alleen, de leerling die feedback geeft ziet een ander eindproduct als resultaat van dezelfde opdracht. Dat leert hem of haar ook iets over zijn of haar eigen resultaat / product.   Tot slot, we hebben bij The Crowd eerder een activiteit rondom peer review georganiseerd, samen met Bob Hofman van PeerScholar. Ik kan me voorstellen dat er opnieuw animo is voor een activiteit over peer review. Als dat zo is, geef dat dan aan hier even aan op het prikbord.

Deze bijdrage verscheen eerder op de website van The Crowd.

13 August, 2015 Blogpost

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *